Afbeelding niet gevonden

Ben je bereid alles op te geven?

Ik wil met jullie een verhaal delen van wat ik zelf heb meegemaakt.

Dingen achterlaten

In de zomer van 2018 was ik tijdens de Vrij Zijn Zomerweek bij een jongerendienst waar Wim Hoddenbagh sprak. De preek ging over dat we soms dingen achter ons moeten laten om verder met God ‘de berg’ op te kunnen. Na de preek kregen we de tijd om in gebed te gaan en aan God te vragen wat we achter ons moeten laten. Zijn het verkeerde relaties, slechte gewoontes, zonde, etc? Ik vroeg dus aan God wat ik achter mij moest laten, en het antwoord dat ik kreeg had ik niet zien aankomen. Ik kreeg “mijn studie” in mijn gedachten. Ehm… ‘God, zegt u dit echt? Of zijn het mijn gedachten, of die van de duivel? Want mijn studie opgeven… Echt?’ Mijn studie moest überhaupt nog beginnen na de zomervakantie.

Vanaf dat moment kwam ik dus in een periode van veel bidden, God zoeken, en uitzoeken of deze gedachte van mij, van God of de duivel kwam. En als het van God zou zijn… Zou ik mijn studie dan voor Hem op kunnen geven?

Doordat ik met deze vraag bezig was en hierover na dacht, ontdekte ik dat ik zelfs mijn studie voor Hem zou stoppen. Dat ik zelfs dit voor hem over had. We zeggen soms wel eens: “Ik heb alles voor God over. Hij is het belangrijkste in mijn leven.” Maar wat als God echt iets van je vraagt… heb je dan nog steeds alles voor Hem over?

Vasthouden aan bezittingen

In Marcus 10 staat een soortgelijk verhaal:

Toen hij zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God. U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’ Toen zei de man: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’ Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg mij.’ Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.

Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ De leerlingen schrokken van zijn woorden. Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’ Petrus nam het woord en zei: ‘Maar wij hebben alles achtergelaten om u te volgen!’ Jezus zei: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van mij en het evangelie, zal het honderdvoudige ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven. Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten’ (Marcus 10:17-31).

In dit verhaal zie je dus een man die er helaas niet alles voor over had om Jezus te volgen. Hij hechtte te veel waarde aan zijn bezittingen om ze achter te kunnen laten voor Jezus.

Wat wil jij achterlaten?

Ik wil je uitdagen eens bij jezelf na te denken: welke dingen ben ik bereid achter te laten voor Jezus? Mijn vrienden? Mijn studie? Mijn plaats of land? En welke dingen ben je (nog) niet bereid om achter te laten?

Een paar maanden later, toen ik weer aan het bidden was, ervoer ik dat God tegen mij zei dat ik mijn studie niet meer voor Hem op hoefde te geven. Eerst dacht ik: “Huh??”, maar ik had er wel vrede over, dus het was wel goed.

Uiteindelijk heb ik dit hele proces ervaring als toen Abraham Isaak moest offeren van God. God vroeg iets enorm waardevols van Abraham, maar toch was Abraham bereid om dit aan God te geven. Uiteindelijk hoefde het toch niet, omdat God het hart van Abraham zag en hiermee als het ware testte. Zo ben ik ook overtuigd dat God mijn hart hiermee aan het testen was. Wat heb ik voor Hem over?

Maar nog belangrijker: wat heb jij voor God over? Als Hij iets van je vraagt, ben je dan bereid om dit te doen?

Deel deze post:

Share on facebook
Facebook
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on twitter
Twitter
Share on email
Email